OPSPONSEN
Benodigdheden: natuurspons,
acrylverf (halfglans,zijdeglans of mat), acryl(glaceer)verf op waterbasis, spalter
(kwast).
Een eenvoudige techniek welke een zacht,
gespikkeld effect geeft. Gebruik hiervoor een natuurspons voor het beste resultaat.
Het effect is te bepalen door het aantal kleuren die je gebruikt, de volgorde
van de kleuren en het aantal sponsafdrukken.
Voor het sponsen kun je zowel acryl(glaceer)verf (op waterbasis) als olieglaceerverf
(op terpentinebasis) gebruiken. Het verschil tussen gewone acrylverf en acrylglaceerverf
ligt in het feit dat met acrylglaceerverf een mooier resultaat bereikt wordt,
omdat hiermee meer nuances in de structuur aangebracht worden (licht/donker).
Hieronder zal ik die met acrylverf beschrijven omdat die het meest gebruikt
wordt, bv op muren.
Voor de ondergrond gebruik je een dekkende kleur, dit kan halfglans, zijdeglans
of een matte acrylverf zijn, waarmee het hele oppervlak bedekt wordt.
![]() |
Als de onderlaag droog
is spons je er overheen met een andere kleur of lichtere/donkerdere tint.
Dep de spons zachtjes in de verf. Niet teveel aan de spons, want dan krijg je grotere vlekken. |
![]() |
Daarna kun je er met nog
een kleur overheen sponsen, maar je kunt ook met twee sponsen tegelijk,
twee verschillende kleuren aanbrengen. Dit gebeurt dan nat in nat, waardoor
de twee kleuren meer in elkaar overlopen. Let erop dat de laatste kleur
het meest bepalend is. Vind je dat er een te groot contrast ontstaat, dan
kun je altijd na het opbrengen van de sponslaag direct met een natte spons,
gedoopt in water, eroverheen deppen, waardoor het resultaat zachter wordt. Draai de spons telkens weer voor je het op de ondergrond plaatst, zodat je niet steeds dezelde afdruk krijgt. |
![]() |
Eindresultaat. |
AFSPONSEN
Afsponsen geeft een gewolkt of gespikkeld effect. Gebruik hiervoor een natuurspons.
Zie opsponsen voor materialen.
Hierbij wordt ook weer een onderlaag opgebracht die je laat drogen.
![]() |
Strijk daarna kris kras met een kwast een klein oppervlak over de onderlaag heen. |
![]() |
|
![]() |
Dep terwijl de tweede laag nog niet geheel droog is, met een vochtige spons over de tweede laag heen, zodat de onderlaag weer zichtbaar wordt. Wordt de spons te plakkerig, maak die dan goed schoon. Werk in kleine gedeeltes, anders is de tweede laag te droog om nog te bewerken. |
![]() |
Eindresultaat. |